Projekt Rakija mixt traditionele Balkansound met westerse muziek: ‘Nederlanders vinden het vet gaaf!’

Dit verhaal werd geschreven door Matthijs Keim

Bij het genre Balkanmuziek denken Nederlanders al snel aan Oost-Europese inzendingen op het Songfestival. Projekt Rakija bewijst op Mundial dat dat slechts een vooroordeel is. Igor Sekulović brengt met zijn band in de toekomst ook een nieuw album uit in compleet nieuwe stijl, waarbij zijn ervaringen als Bosnische vluchteling een belangrijke rol spelen.

Het is net na zessen. Igor Sekulović en zijn band beginnen aan het laatste nummer. De tamboerijn van backing vocalist Anne Simkens dompelt de Spoorzone onder in een traditionele sfeer. De jazzy sounds van saxofonist Coen Witteveen laten het publiek swingen. Een vrouw golft over de tientallen hoofden in het publiek, terwijl wordt overgegooid met een opblaasbare eenhoorn.

Mengen van stijlen

Na afloop drinken de bandleden een biertje en rookt Sekulović nog snel een sigaret. Hij is niet voor de eerste keer op het festival. In 2014 was Projekt Rakija ook van de partij. De band mixte ook toen de traditionele Balkansound met westerse stijlen als urban. Maar volgens Sekulović is er sinds die tijd veel veranderd: ‘Ik ben vorig jaar zelfs even gestopt. In die tijd heb ik met producer Ali Reza Tahoeni (A.R.T.) gewerkt aan een nieuwe stijl. We spelen met Projekt Rakija nu veel meer reggae en met synthesizers.’

Identiteit

Sekulović kwam als tienjarige Bosnische jongen in 1995 terecht in Nederland. Met zijn muziek blijft hij trouw aan zijn afkomst, terwijl hij merkt dat veel andere Nederlanders met een migratieachtergrond het moeilijker vinden achter hun ware identiteit te komen. ‘Je moet in je kracht staan. Ik kan niet zeggen dat ik Nederlands ben, maar ook niet dat ik het niet ben. Er zijn mensen die op straat niet in hun moedertaal durven te spreken, terwijl dat een groot deel is van je leven. Je moet jezelf zijn om eruit te halen wat erin zit. Nederlanders zijn namelijk supergeïnteresseerd!’

De druk van buitenaf om dicht bij zijn moedercultuur te blijven, voelt hij niet. ‘Dat anderen meer moeite met twee identiteiten hebben snap ik wel. Als ik voor een feestje de buurman moet waarschuwen met een briefje, doe ik dat. In Bosnië hoeft dat bijvoorbeeld niet. Maar dat zijn maar wat regels die verschillen. Als ik me daaraan aanpas, verloochen ik mijn afkomst niet of zo.’

Vlucht

Samen met producer Tahoeni werkte hij het afgelopen jaar aan Party & Eggs, een EP en voorloper van een groter album dat later uitkomt. Ook de Nederlands-Iraanse Tahoeni, die eerder werkte met grote namen als Typhoon en Sticks, is ooit naar Nederland gevlucht. De verhalen die ze deelden tijdens de productie zijn van grote waarde geweest voor het album. Zo zingt Sekulović in het nummer Paranoid: ‘I see them walking around’ en ‘I want to build a wall to keep all the trouble out’. Daar zit inderdaad een verhaal achter: ‘Mensen zijn gauw geneigd muren op te werpen als ze iets niet kennen. Nieuwe dingen kunnen ook vet zijn. We zouden vaker onze angst aan de kant moeten schuiven.’

Sekulović denkt nog steeds aan de verhalen die hij en Tahoeni in die periode met elkaar deelden: ‘Met Ali heb ik veel gepraat over het leven. Over de periode dat hij naar Nederland kwam en hoe wij over onze situatie denken. Natuurlijk hebben we het ook over moeilijke dingen gehad, maar toch waren de verhalen vaak ook grappig. Ik zat als een tienjarig jongetje bijvoorbeeld in een AZC. Met de andere jongens die uit landen als Irak en Afghanistan kwamen klommen we altijd over het hek om op een veldje te gaan voetballen. Kwajongensstreken. Dan bleven we urenlang weg. Ik weet nog steeds niet hoe we met elkaar communiceerden, maar het waren leuke momenten.’

Warm bad

Voor nu richt Sekulović zichop de toekomst. ‘Eerst willen we een single droppen deze zomer. Daarna willen we ons volgende album dit najaar of in het voorjaar van 2019 uitbrengen. We gaan dit jaar nog veel spelen, dan kunnen we wat live-ervaring opdoen. Onze nieuwe stijl moet verder ontwikkelen. Hopelijk werken we in de toekomst met meer nieuwe instrumenten en materialen. Ook wil ik nog veel meer gaan produceren met Ali. We gaan laten zien dat we echt terug zijn. In al die jaren dat ik muziek maak ben ik nog nooit in zo’n warm bad beland als met deze band.’

Verhalen die je misschien ook leuk vindt